De hervormingen zijn hoofdzakelijk van toepassing vanaf aanslagjaar 2026 en hebben impact op zowel particulieren als ondernemingen.
Meer data, maar duidelijkere termijnen voor de fiscus
De eerste maatregel betreft een versterking van de controlecapaciteit van de fiscus. De toegang tot het Centraal Aanspreekpunt (CAP) bij de NBB wordt uitgebreid, zodat ook rekeningen met crypto-activa geregistreerd moeten worden. Bovendien krijgt de fiscus inzage in het CAP voor de jaarlijkse taks op effectenrekeningen. Hierdoor kan de overheid meer gegevens verzamelen en analyseren, onder meer via datamining, om fiscale risico’s sneller op te sporen.
Tegelijkertijd worden de controle- en aanslagtermijnen vereenvoudigd. De fraudetermijn wordt teruggebracht van tien naar zeven jaar, net als de bewaartermijn voor boekhoudkundige documenten. Hierdoor verdwijnt het onderscheid tussen semi-complexe en complexe aangiften, wat ondernemers meer rechtszekerheid biedt en uitzonderingsregimes vermindert. De fiscus beschikt over meer data, maar binnen duidelijkere tijdsgrenzen.
Pensioen en loonoptimalisatie onder druk en in beweging
Ook op het gebied van pensioen en extralegale voordelen verandert het evenwicht. De tweede pensioenpijler wordt zwaarder belast voor hogere kapitalen. Vanaf 2027 is er een solidariteitsbijdrage van 2% voor bedragen boven 150.000 euro, terwijl de bestaande Wijninckx-bijdrage in 2026 fors stijgt naar 12,5%. Voor kmo’s met uitgebreide groepsverzekeringen betekent dit hogere kosten voor aanvullende pensioenen van kaderleden en bedrijfsleiders.
Daarentegen stijgt de maximale tussenkomst van de werkgever in maaltijdcheques naar 8,91 euro per gewerkte dag, wat ook het fiscaal aftrekbare deel verdubbelt. Voor kmo’s die loonoptimalisatie via voordelen in natura nastreven, is dit een aantrekkelijk instrument.
Strengere voorwaarden voor gezinnen en onderhoudsuitkeringen
Ook gezinnen en onderhoudsuitkeringen zijn onderdeel van de hervormingen. De voorwaarden om personen ten laste te nemen worden strenger, met een uniform plafond van 12.000 euro aan nettobestaansmiddelen voor kinderen. Bepaalde categorieën, zoals leefloners of personen met fiscaal aftrekbare beroepsinkomsten, vallen volledig uit het systeem. De aftrekbaarheid van onderhoudsuitkeringen wordt geleidelijk verminderd tot 50% tegen 2027 en blijft enkel gelden als de begunstigde in de EER of Zwitserland woont.
Vastgoed en giften verliezen fiscale aantrekkelijkheid
Bij vastgoedfiscaliteit worden enkele historische voordelen definitief afgeschaft. De federale interestaftrek voor leningen voor niet-eigen woningen verdwijnt volledig, ook voor bestaande kredieten. Andere federale regimes, zoals de woonbonus, bouwsparen en de belastingvermindering voor groene leningen worden geschrapt. Ondernemers die in vastgoed investeren via privévermogen krijgen minder fiscale ondersteuning dan voorheen.
Ook giften worden fiscaal minder aantrekkelijk. De belastingvermindering daalt namelijk van 45% naar 30%. Dit in combinatie met het schrappen van diverse kleinere fiscale niches past binnen de bredere strategie om de aangifte te vereenvoudigen en het aantal uitzonderingen te beperken.
Ondernemingen: investeren blijft beloond, structuren strenger bekeken
Voor ondernemingen zijn er zowel stimulansen als beperkingen. De investeringsaftrek wordt versterkt doordat de overdraagbaarheid in de tijd onbeperkt wordt. Grote vennootschappen kunnen genieten van een hogere thematische investeringsaftrek van 40%. Dit maakt investeringen in bijvoorbeeld digitalisering, energie-efficiëntie of innovatie fiscaal aantrekkelijker.
Op groepsniveau wordt de DBI-aftrek uitgebreid naar bepaalde groepsbijdragen, wat meer flexibiliteit biedt voor interne verliescompensatie binnen een groep. Tegelijk worden DBI-beveks strenger behandeld. Er komt een afzonderlijke heffing van 5% op eerder vrijgestelde meerwaarden en de verrekening van roerende voorheffing wordt beperkt als er niet voldaan is aan de minimumbezoldiging voor bedrijfsleiders.
Gerichte versoepelingen voor expats en flexi-jobbers
Niet alle maatregelen zijn verstrengingen. Het expatregime wordt versoepeld met een hoger kostenforfait van 35%, de afschaffing van het plafond van 90.000 euro en een lager minimumloon van 70.000 euro. Voor kmo’s die internationaal talent aantrekken, wordt België daardoor opnieuw iets competitiever. Ook flexi-jobbers mogen meer bijverdienen met een onbelast plafond van 18.000 euro per jaar.
Autofiscaliteit en zelfstandigen als slotstuk
Tot slot zijn er aanpassingen in de autofiscaliteit, met een nieuw aftrekbaarheidsschema voor plug-in hybrides en een ruimere definitie van zogenaamde valse hybrides. Voor zelfstandigen in eenmanszaak wordt het belastingkrediet voor de aangroei van eigen middelen verdubbeld tot maximaal 7.500 euro.
